Kansen voor akkervogels door ruime opzet zonnepark Zuidvelde

De opzet van zonnepark Zuidvelde is zo ruim dat het reële mogelijkheden biedt voor akkervogels als de patrijs en de veldleeuwerik. Dat zegt Henk Jan Ottens van Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels (GKA).

Voor veel inwoners van Drenthe is Ottens geen onbekende. Hij is een graag geziene gast in programma’s van RTV Drenthe en geldt als specialist als het gaat om akkervogels zoals de patrijs en de veldleeuwerik. Het fascinerende aan de patrijs noemt Ottens het feit dat het een echte akkervogel is, maar dan wel eentje die verborgen leeft. ‘Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel.’ De patrijs is een standvogel, wat betekent dat de vogel zowel in de zomer als in de winter in het broedgebied aanwezig is.

Roepende mannetjes

In 2011 startte in Drenthe de telling van patrijzen. Op het Ankehaarveld – dat onderdeel is van het kern-gebiedenbeleid van provincie Drenthe en valt in het zonnepark Zuidvelde – zijn sindsdien vijf tellingen geweest. In 2011 werden vijf roepende mannetjes waargenomen, in 2014 waren dat er zes, in 2016 acht, in 2018 drie en in 2020 nog twee. Het leefgebied van de patrijs staat onder druk en voor de initiatiefnemers van het zonnepark – Ankehaar Solar, Chint Solar en TPSolar – is dat reden om de patrijs centraal te stellen in de natuurontwikkeling van het zonnepark.

Zonnepark Zuidvelde bestaat eigenlijk uit drie afzonderlijke zonneparken. De initiatiefnemers kregen van de gemeente Noordenveld opdracht voor de drie zonneparken een integraal plan en ontwerp te maken. De gemeente liet zich daarbij leiden door de Noordenveldse Kwaliteitsgids en zij zag bij Zuidvelde de beste koppelkansen voor het verbeteren van natuur en ecologie. Het resultaat is een zonnepark met een ruime landschappelijke inpassing met kilometers aan bloemrijke akkerranden, keverbanken en struweel. Dat dat op deze schaal gebeurt is uniek vergeleken andere zonneparken in Nederland.

In de ruime, uitgestrekte opzet van het zonnepark liggen volgens Ottens juist de kansen voor de patrijs en andere akkervogels. De openheid van het gebied en een invulling van het grondgebruik met akkerbouw maakt het gebied niet alleen van belang voor de patrijs, maar ook voor de veldleeuwerik, geelgors, gele kwikstaart, kneu, fazant, grasmus, graspieper, ringmus en roodborsttapuit. ‘Ook een Scholekster kan van het gebied profiteren als bijvoorbeeld daken van transformatorhuisjes bedekt worden met grind’, zegt Ottens. Voor steltlopers als kievit en wulp zijn zonneparken minder geschikt, geeft Ottens aan.

Desalniettemin geldt voor hem de kwalificatie ‘goed akkervogelgebied’ voor het hele zonnepark. Om de kansen die er liggen ook te verzilveren, wijst Ottens op het belang van ecologisch beheer. ‘Dat is de ruimte die aan soorten wordt geboden zodat ze bijvoorbeeld veilig hun jongen kunnen grootbrengen’, licht Ottens toe. Een veldleeuwerik broedt bijvoorbeeld van half april tot half juli. Maaibeurten in deze periode of schapenbegrazing zouden de nesten kunnen vernielen. Ottens: ‘Ecologisch beheer is zodanig gepland dat het geen overlap heeft met het broeden van vogels.’

Kans of bedreiging

Kenniscentrum Akkervogels doet vogeltellingen, broed-biologisch onderzoek en beschermt akkervogels. Daarnaast geeft het kenniscentrum advies over agrarisch natuurbeheer. Zo ook bij zonnepark Zuidvelde. Ottens: ‘Samen met Ankehaar Solar, Chint Solar en TPSolar is een opzet voor het park gemaakt dat onder andere tegemoet komt aan de behoeften van de patrijs en veldleeuwerik. GKA gaat in en rond het park onderzoek doen om het uitgevoerde beheer te kunnen beoordelen en waar nodig bij te sturen.’

Wat precies het effect van het zonnepark op de vogelpopulaties zal zijn, laat zich moeilijk voorspellen, geeft Ottens aan. Daarvoor is er nog te weinig goede kennis voor handen. Het zonnepark zal voor verschillende vogelsoorten een barrière vormen. Dat wil echter niet per se zeggen, geeft Ottens aan, dat soorten zullen vertrekken. Ook de natuur past zich aan veranderende omstandigheden aan.

Ottens: ‘Een veldleeuwerik bijvoorbeeld kan in de ruimte rond het park een broedvogel blijven en in het zonnepark, vanwege de toegenomen insectenfauna, voedsel verzamelen. Dan geldt het park als foerageergebied. Het ontwerp gaat ervan uit dat een soort als de veldleeuwerik zowel in het park kan broeden als foerageren. Dit zal niet direct na de oplevering van het park zijn, daar gaat mogelijk jaren overheen.’

Soorten zoals grasmus, kneu, geelgors en ringmus zullen volgens Ottens juist profiteren van het park en in aantal toenemen. Op de vraag of zonnepark Zuidvelde ook kan uitgroeien tot een kerngebied voor de patrijs met uitstraling naar de omliggende gebieden antwoord Ottens: ‘Dat zou heel mooi zijn. En persoonlijk denk ik dat dat mogelijk is.’